Welkom op de internetsite van de Sint Christoffelparochie
Geschiedenis

Ontstaan

In 2010 is uitgebreid het 600-jarig bestaan van Oud Vossemeer gevierd. In hoeverre men toen al echt kon spreken van een dorp, blijft onduidelijk, maar er wordt al in 1436 gesproken over een kapel in Vossemeer. Eind 15e eeuw is er voor het eerst een pastoor in het net opgerichte dorp tegen de Broekpolder aan. In 1510 waren er plannen om de kerk te vergroten De Vossemeerse kerk hoorde bij de parochie Tholen en was gewijd aan Johannes de Doper. In 1559 werd het bisdom Middelburg opgericht, waarbij Tholen werd ingedeeld.

Eind 16e eeuw maakte de leer van Luther en Calvijn opgang. In 1556 vond er in het land van Vossemeer een beeldenstorm plaats, waarbij de kerk zware schade opliep. In 1577 koos Tholen als laatste Zeeuwse stad de kant van de Oranjes. Na een korte periode van het naast elkaar bestaan van het katholicisme en protestantisme ging de kerk in 1578 verloren voor de katholieken. Het werd steeds moeilijker om als katholiek sacramenten te ontvangen, al bleven de weinige katholieken van het eiland Tholen tot 1648 naar Halsteren gaan, waar nog wel een pastoor was, ondanks het feit dat in 1627 de heren van Zeeland het verboden om op zondag katholieken over de Eendracht te zetten naar Halsteren.

In 1648 werd na de Vrede van Munster de katholieke eredienst verboden. In 1647 werd er beslag gelegd op de kerk in Halsteren.

Schuilkerk

Paters minderbroeders (Franciscanen), die in Zeeland uit hun klooster waren verdreven, verbleven in de Celse Hoeve te Lepelstraat van de familie de Ram. Zij hielden daar eerst in het geheim hun erediensten. Deze werden later oogluikend toegelaten. Om de parochianen in Zeeland te bereiken, waadden geestelijken regelmatig ´s nachts over de schorren naar de Zeeuwse eilanden. in 1709, toen de felle tegenstellingen tussen katholiek en protestant luwden. wilden de katholieken in Halsteren een kerk oprichten, maar dit werd voorkomen. Wel mocht een nieuwe schuurkerk in Lepelstraat worden opgericht. Het verzoek daartoe werd mede voor Oud-Vossemeer ondertekend door kerkmeester Jan Verdonck.

Franse periode

Na de inval van de Franse troepen in 1795 en de vorming van de Bataafse republiek kwam er vrijheid van godsdienst voor alle burgers. Openbare ambten kwamen beschikbaar voor niet-hervormde Nederlanders. Al in november 1795 werd er een pastoor aangesteld in Tholen en ook een in Nieuw/Vossemeer. Oud-Vossemeer werd ingedeeld bij de parochie Nieuw-Vossemeer, dat toen nog onder Zeeuws bestuur viel. In 1796 sprak de Bataafse Nationale Vergadering de scheiding van kerk en staat uit. In 1798 volgde de gelijkstelling van alle kerkelijke gezindten. Vastgesteld werd dat in iedere plaats de kerk werd toegewezen aan de gezindte die driekwart van de bevolking uitmaakte. Daardoor kwam de H.Johannes de Doperkerk definitief aan de hervormden, die daarvoor 160 gulden en 13 stuivers aan de katholieken moesten betalen.

Waterstaatskerk

De parochie in Nieuw-Vossemeer kreeg in 1809 een bedrag van koning Lodewijk Napoleon om de kerk aldaar te verbeteren. De Oud-Vossemeerse katholieken, die daar kerkten, waren daar niet gelukkig mee. Men wilde een eigen pastoor en kerk in Oud/Vossmeer. In 1818 werd een verzoek daartoe door de bisschop afgewezen. Als het oversteken van de Eendracht een probleem was voor de zielzorg van de parochianen in Oud-Vossemeer, dan kon die toch naar Tholen, was het onwelkome antwoord van de bisschop.

Twintig jaar later werd er nog een poging ondernomen om een eigen kerkgebouw op te richten. Een groep katholieken deed daartoe een verzoek aan de koning in 1839. Dit verzoek werd afgewezen. Het plan ging namelijk uit van slechts een kleine bijdrage van de Oud-Vossemeerse katholieken en een grote van het rijk. Bovendien werd er getwijfeld aan de draagkracht van de katholieken voor het aanstellen van een pastoor en het onderhoud van de kerkelijke gebouwen.

In 1840 werd nogmaals een verzoek gestuurd aan Den Haag. Hierop kwam geen antwoord en dus werd er nog een derde verzoek gestuurd in datzelfde jaar. Onderhand had men contacten gelegd met hoofdingenieur Caland van de Waterstaat, die een nieuwe kerk ontwierp. Dit ontwerp, dat een bescheidener formaat had, kostte aanzienlijk minder dan het eerste ontwerp. Bovendien konden de katholieken nu het grootste deel zelf bekostigen door giften en was er nog maar een relatief kleine subsidie nodig van het rijk. Op 9 mei 1841 werd de subsidie beschikbaar gesteld. De Oud-Vossemeerse katholieken waren zo blij dat er een uitgebreide dankbrief naar koning Willem II ging.

Er werd een kerkbestuur gevormd en een aannemer gevonden, die de kerk bouwde. De grond werd aangekocht voor fl 519,49 en de aannemer zou het gebouw bouwen voor fl 7.889,04 terwijl fl 8.300 was begroot voor het geheel. De bouw ging overigens niet zonder problemen, want in de archieven zijn proceskosten terug te vinden en blijkt dat de pastorie opnieuw gebouwd moest worden. Uiteindelijk viel de bouw duurder uit dan begroot, mede doordat tijdens de bouw allerlei wijzigingen in de bouw werden voorgesteld door het kerkbestuur, maar door onder andere een schenking van vrouwe Gilles uit Antwerpen kon men de kosten dekken.

Parochie

In december 1841 werd de kerk ingewijd en opgedragen aan Sint Willibrordus. De eerste pastoor overleed op 36 jarige leeftijd na nog geen jaar in Oud-Vossemeer actief te zijn geweest. Ook de tweede pastoor bleef slechts 22 maanden in Oud-Vossemeer.

Ondertussen bleek de gebouwde kerk niet solide: het gebouw bleek lek. Uiteindelijk stelde het rijk een subsidie beschikbaar van fl 1000 voor verbeteringen aan het dak. In 1846 werd een plafond aangebracht in de kerk.

In 1851 werd een stuk land achter de kerk gekocht om daar een katholieke begraafplaats in te richten. Op 20 juli 1852 werd het kerkhof plechtig ingezegend, overigens vond op dezelfde dag inzegening plaats van de kruisweg in de kerk. Naast gewijde grond bezat de begraafplaats ook een stuk ongewijde grond dat amper werd onderhouden.

In 1858 verhief de bisschop de Vree de statie Oud-Vossemeer tot een parochie en stelde de parochiegrenzen vast.

Tot begin 1900 was er hierna wat wrevel tussen de parochies Tholen en Oud-Vossemeer over de verdeling der parochianen op het platteland tussen de stad Tholen en het dorp Oud-Vossemeer. De strijd ging met name over de vermogende katholieke boeren. Welke pastoor mocht die tot zijn schapen rekenen. Pas in 1919 werd de parochiegrens definitief vastgesteld.

Broederschappen en vieringen

Het parochieleven kwam na de bouw van de kerk goed op gang. Terwijl in het begin nog niet was toegestaan dat buiten de kerk pastoor en misdienaars liturgische kleding droegen, werd op Sacramentsdag 1872 voor het eerste een processie gehouden buiten de kerk. Er werd in 1872 een Aartsbroederschap van de H. Familie geïnstalleerd, waarvan de leden direct al een eigen vaandel droegen. Bij het 30 jarig bestaan van het broederschap werd een beeldengroep van de H. Familie aan de kerk aangeboden.De vrouwenafdeling van deze congregatie bestond uit negen secties en een eigen koor. De mannenafdeling bestond uit zes secties en een koor.

Daarnaast werd er ook een broederschap der gedurige aanbidding vna het Allerheiligste sacrament des altaars opgericht in 1857. Leden van de broederschap moesten jaarlijks één uur het Alerheiligste aanbidden. In 1936 telde deze vereniging nog 92 leden.

In 1873 werd de broederschap van de Levende Rozenkrans opgericht, waarvan in 1936 liefst 135 parochianen lid waren.

In de jaren twintig van de twintigste eeuw volgden nog enkele broederschappen, zoals die van de Heilige Geest, de Allerheiligste Rozenkrans en de H. Martelaren van Gorcum.

In 1872 hielden twee paters kapucijnen een H. Missie. De paters kwamen preken om de gelovigen tot inkeer te brengen. Gedurende meerdere dagen bleven zij en namen de biecht af. Om 6 uur was de eerste Mis, een half uur later gevolgd door een tweede met onderrichting en om 8 uur een gezongen mis. 's Avonds om 6 uur volgde het lof met preek.

Op 1 november 1908 werd de RK Lagere School Sint Anthonius aan de Dorpsweg geopend. Er waren op dat moment 88 katholieke leerlingen, die allen van de openbare school kwamen. In 1977 verhuisde de school naar de Burg. Versluijsstraat.

In 1883 werd het Veertigurengebed opgericht in de parochie. Dit hield in dat er veertig uur werd gebeden en dat de kerk gedurende deze tijd niet leeg mocht zijn. Dit Veertigurengebed vond plaats tot halverwege de twintigste eeuw.

In 1917 begon de pastoor met een gezongen mis op elke eerste vrijdag van de maand. Deze mis diende tot herstel van beledigingen die het H. Hart van Jezus waren aangedaan. De ene maand werd gebeden voor de bekering van de heidenen, de andere maand voor de bekering van de protestanten.

20e eeuw

Op 13 maart 1906 overstroomd Oud-Vossemeer, nadat het Zwaandijkje op twee plaatsen was doorgebroken. De bevolking werd geëvacueerd, voornamelijk naar Tholen. De Pastoor bleef echter op zijn post. Hij schreef in het memoriaalboek dat in de kerk ongeveer 25 cm water stond en in de pastorie 15 cm. Gedurende drie weken bewaarde de pastoor in een van de logeerkamers op de bovenverdieping van de pastorie het H. Sacrament en las er de mis. Op Passiezondag 1 april kwam een dertigtal parochianen met bootjes naar de inmiddels drooggevallen kerk om de mis bij te wonen en een week later was iedereen weer terug in het dorp.

In 1919 werden Gregoriaanse gezangen vernieuwd, maar het koor weigerde de nieuwe gezangen te repeteren. Na tijdenlange discussie nam de pastoor op oudejaarsdag 1920 de oude zangboeken weg en hield hij bij de gezongen mis nog acht koorleden over...

Begin 1957 werd het gemengd koor St. Cecilia opgericht, dat in 1967 fuseerde met het dameskoor, dat toen al nederlandstalige gezangen zong. In 1971 telde dit koor 13 volwassenen en 10 meisjes.

In 1956, bij de oprichting van nieuwe bisdommen in Nederland, werd Zeeland in zijn geheel ingedeeld bij het bisdom Breda. In 1984 werden de parochies van Tholen gevoegd bij het dekenaat Bergen op Zoom, later opgenomen in dekenaat het Markiezaat..

Was in 1961 nog een derde mis in het weekeinde ingevoerd om alle gelovigen een plaats in de kerk te kunnen bieden, vanaf eind jaren 70 van die eeuw nam het kerkbezoek af.

Vanaf 1975, met het emeritaat van pastoor Vermeulen, beschikte de parochie niet meer over een eigen pastoor.

Men raakte ervan doordrongen dat er samengewerkt moest worden in de regio. Een onafhankelijke parochie van kleine omvang was niet meer mogelijk. Oud-Vossemeer ging samenwerken met de parochies van Tholen, Lepelstraat en Halsteren onder de naam HALTO. Uiteindelijk heeft dit geleid tot de fusie van de 4 parochies tot de Sint Christoffel Parochie in 2008.

deze site is ontwikkeld door Mighty Webdesign
Disclaimer